Wat is het nu eigenlijk?

Er zijn natuurlijk verschillende coaches, en je hebt er mogelijk op verschillende manieren mee te maken gehad in je leven. De eerste coach die je misschien ervaren hebt, zijn je ouders. Mijn ouders? Ja! Misschien niet geheel bewust, maar zij hebben ook een coachende rol in je leven. Ze zien je – en misschien met je broertjes en zusjes – dat je anders bent dan zij, of zij anders dan jij. Maar we doorgaan allemaal dezelfde fases als we klein zijn.

We hangen aan de tiet van onze moeder om te voeden en vervolgens zijn we afhankelijk van onze ouders als we verschoond moeten worden. Dat maken we allemaal mee en dat doorlopen we allemaal. Het is een biologisch gegeven dat dit moet gebeuren: we moeten ons voeden en we moeten afvoeren. Ja, en ik zeg het maar gewoon: we stinken allemaal als we poepen. Maar ook als we klein zijn mag dat boertje wel, en later mag dat opeens niet meer. Die scheet die de weg niet naar je reet weet (dat is een boer). Maar ook die scheten zijn opeens uit den boze als we ouder zijn.

Maar goed, ik dwaal weer lekker af.

Als je gaat kruipen, later gaat lopen en weer later gaat fietsen, staan je ouders naast je of achter je om je te coachen en te steunen in die groei en ontwikkeling. En dit gebeurt – als het goed is – vaker in je jeugdige leven. Maar op latere leeftijd krijg je ook andere mensen die dat doen: je leraar of lerares op school, de BSO‑begeleidster, de trainer op een van de sporten die je uitoefent, en ga zo maar verder. Het zijn de mensen die je helpen iets te kunnen doen of te overwinnen.

Echter, we zijn een product van onze ouders en/of mensen om ons heen in de eerste fases van onze levensjaren. Daar wordt de basis gelegd voor later, voor hoe wij dingen doen. Want een van de strategieën die we bezitten, is dat we kopiëren en afkijken. Het zit er nu eenmaal in. En we zijn daarin niet uniek, want het gebeurt ook in het dierenrijk. Daar leren de jongere dieren ook van hun ouders of oudere dieren in de roedel.

Er was ooit eens een test gedaan door een wetenschapper/onderzoeker om zijn kind tot zijn tweede levensjaar nooit met spiegels te laten kennismaken, en dus ook niet met zijn zelfbeeld. Het moment waarop de peuter voor het eerst in zijn leven te maken kreeg met zijn zelfbeeld, was een ontdekking an sich. Tot die tijd was hij afhankelijk van hoe anderen op hem reageerden en had hij nog geen idee van zijn eigen identiteit, anders dan wat hij zag bij anderen. Het is alsof je altijd maar naar de buitenwereld kijkt, maar nooit eens naar jezelf leert kijken.

Een coach leert je tegenwoordig weer naar jezelf te kijken op een manier die je nooit hebt mogen aanleren of die je nooit is aangeleerd. Je kijkt jezelf wel in de spiegel, en je kunt allerlei dingen leren zeggen tegen jezelf. Maar als je deze woorden in de kern toch niet kunt ontvangen, geeft het je slechts een tijdelijk goed gevoel om te doen wat er om je heen gezegd wordt of wat je leert op social media of bij zelfhulpgoeroes. In ons prille ontstaan zitten overtuigingen die zo oud, zo ingebakken en zo gesleten zijn dat ze alles regelen — dus ook het ontvangen, bijvoorbeeld.

Wanneer nu een coach?
Als je telkens denkt: hé, dit gebeurt mij nu altijd, of hé, ik wil dit niet meer maar ik kan het toch niet veranderen, of hé, ik ben nu eenmaal zo. Het zijn allemaal indicaties dat je wel ziet wat er gebeurt, maar het niet kunt oplossen. En dan komt vaak de strategie: ik ben nu eenmaal zo. Maar wel met een kutgevoel.

En nee, ik ga je niet zeggen dat je nooit meer pijn of verlies mee gaat maken. Want dit is onderdeel van de levenscyclus an sich. Maar ik kan je wel helpen de angel – de wortel – te pakken te krijgen waar alles mee begonnen is. En dat hoeft helemaal niet te maken te hebben met misbruik in je jeugd of andere ernstige trauma’s zoals verlies. Het heeft gewoon te maken met woorden die je als kind niet kon geven aan gevoelens of situaties die je wel ervaarde.

Dus mocht je denken… laat ik toch maar eens inchecken.
Je bent van harte welkom.

Met vriendelijke groet,
Berry