Thuiskomen in stilte
Er zijn momenten waarop je voelt dat je moet presteren op een niveau dat niet meer hetzelfde is als dat van anderen. Waar anderen thuiskomen in een warm nest, kom ik op donderdagavond thuis in stilte. En dat kan leeg aanvoelen, zelfs na een productieve week waarin ik alles heb gegeven.
Op die avonden laat ik me vollopen. Ik zet muziek op die me raakt, die me laat wenen tussen wat geweest is en wat er ooit misschien weer kan komen. Muziek is soms het enige dat nog durft te zeggen wat ik zelf niet hardop kan uitspreken.
Het hardste bij thuiskomen is niet meer zoals in het begin. De scherpe rand is eraf. Maar het zijn nu de momenten waarop je op het toppen van je kunnen hebt gepresteerd, waarop je iets hebt bereikt, waarop je trots zou willen zijn – dat het dan het meest alleen voelt. Dat ik het met niemand kan delen zoals vroeger. Geen gesprek aan de eettafel. Geen “hoe was je dag?”. Geen thuiskomen in een haven.
De leegte zit in de kleine dingen. In het alleen zitten aan tafel. In het niet kunnen delen wat er speelde. In het moment dat je normaal zou bellen dat je onderweg bent. In het thuiskomen zonder ontvangst. Muziek helpt me dan. Muziek troost, of leert me huilen, of laat me voelen wat ik soms wegduw.
Nu ik een jaar verder ben, lijkt het alsof mijn omgeving denkt dat ik verder ben. Alsof ik erover ben. Alsof ik klaar ben voor een nieuwe relatie. Ik probeer het wel. Ik probeer contact, probeer verbinding. Maar ik merk dat ik nog niet zover ben als ik dacht. Het zijn krachtmetingen op een ander niveau – niets fysieks, maar emotioneel. En soms verlies ik die krachtmeting.
Wat het soms nog zwaarder maakt, is de afwijzing die je ontvangt op zakelijk niveau. Aan de ene kant begrijp ik het – het is werk, het is zakelijk, het is rationeel. Maar aan de andere kant voelt het als een keiharde realiteit. Alsof de wereld zegt dat je niet alleen iemand verloren bent, maar ook kansen, mogelijkheden, vertrouwen. En dat komt binnen op een plek die al kwetsbaar is. Want als je thuiskomt in stilte, als je al een jaar lang probeert te functioneren terwijl de avonden zwaar zijn, dan voelt zo’n zakelijke ‘nee’ niet zakelijk. Het voelt persoonlijk. Het voelt als nog een verlies bovenop wat al verloren is.
Ik wil dat mensen en professionals begrijpen dat rouw zich niet aandient op het moment dat je een cliënt in je spreekuur hebt. Rouw laat zich niet vangen in een tijdslot. Je kunt praten over wat geweest is, maar niet over wat zich nog gaat aandienen. Tenzij je je echt kunt inleven in de persoon tegenover je. Rouw is geen theorie. Het is een proces dat zich laat zien op momenten waarop niemand kijkt.
Als ik mijn kracht zou laten vallen, ben ik bang dat ik zo ver terugval dat ik opnieuw moet beginnen. En dat is nu net niet wat de buitenwereld verwacht. Maar misschien is dat precies wat rouw vraagt: dat je je verdriet en gemis mag toelaten, ook op momenten waarop niemand het verwacht. Ook op momenten waarop je omgeving denkt dat je verder bent.
Rouw is niet lineair. Het is niet op te lossen. Het slijt, ja – maar het blijft voelbaar in de avonden waarop je alleen thuiskomt. In de momenten waarop je niet betrokken bent bij iemand anders, maar volledig teruggeworpen wordt op jezelf. En dat mag er zijn. Ook als niemand het ziet.