Over kijken, voelen, dragen en de mens achter het gezicht
Rouw is geen rechte lijn. Dat weet iedereen die het ooit heeft moeten doorstaan, maar toch proberen we het vaak te vangen in stappen, fases, schema’s. Alsof het te ordenen valt. Alsof het te plannen is. Maar rouw laat zich niet dwingen. Het beweegt zoals het leven beweegt: grillig, onverwacht, soms zacht, soms hard.
In dit tweede deel neem ik je mee in wat ik zie, wat ik voel, wat ik ben gaan begrijpen — niet vanuit theorie, maar vanuit mijn eigen‑wijs‑heid. Vanuit het leven zelf.
Kijken naar mensen en wat ze dragen
Ik mag al jaren graag kijken naar mensen. Naar hoe ze leven, wat ze doen, hoe ze bewegen door hun dagen heen. Ik luister ook graag naar hun verhalen — en vooral naar wat erachter zit. Erachter zitten, gewoon het gezicht en het verhaal laten we maar zeggen.
Ik heb een natuurlijke interactie waardoor mensen altijd meer vertellen dan waar ik om gevraagd heb. Vroeger vond ik dat lastig. Het voelde soms alsof ik iets opende waar ik niet om had gevraagd. Maar ik ben het gaan omarmen. Het hoort bij mij, bij hoe ik kijk, bij hoe ik luister.
Wat mij de laatste jaren is gaan opvallen, is hoe mensen eruitzien op bepaalde leeftijden. De ene kan eruitzien als 60 op zijn 80e, en de ander als 80 op zijn 60e. En ja, je kunt denken aan schadelijke nuttigingen, aan hoe iemand zijn lichaam gebruikt of misbruikt. Maar dat is niet het hele verhaal.
Ik zie ook mensen die altijd sporten, die gezond leven — maar ook dat tekent zich in het gezicht. Ik heb in mijn werk vele mensen leren kennen, ook uit oudere generaties die het leven ten volle nuttigden. Alcohol, roken, uitlaatgassen, ongezonde omstandigheden. Ik heb zelf ook in de bouw rondgelopen, in het stof gewerkt. De klus moest toch geklaard worden. Dan maar zonder mondkapje.
Dus wat is het dan?
Ik vermoed dat het te maken heeft met balans. Niet alleen voeding. Niet alleen sport. Maar het totale spectrum: lichaam, geest, psyche, spiritueel, energiebalans.
De maatschappij als drukvat
We leven in een 24‑uurs economie en een 24‑uurs nieuwsstroom. Jaren geleden was er al discussie over factchecks — gelukkig houdt dat in Nederland nog redelijk stand — maar ondertussen worden we de hele dag bestookt.
Ja, ik las ook de Metro toen ik forensde. Later werd dat een app. Overal hebben we apps voor. Alles moet getimed, gepland, gecontroleerd. Maar wat als dat niet loopt? Wat als er een kink in de kabel komt? Dan zijn we van slag.
Je ziet het nu op de snelwegen. Mensen nemen op de automatische piloot dezelfde route naar huis. Maar o wee als er een wegafsluiting is. Dan weten we het niet meer. Ja, tegenwoordig hebben we apps die ons voorbereiden, maar toch — wat als het plotseling gebeurt?
Daarnaast zijn we massaal de weg op. Ook tijdens mijn tijd als forens zag je de irritaties oplopen. En ik snap het: je hebt afspraken. Maar dat stukje onmacht, daar kunnen we niet zo goed mee omgaan.
En laat dat nou precies zijn wat ook aan bod komt bij rouw.
Je hebt er geen invloed op. Je kunt niets veranderen aan de situatie. Maar je hoofd probeert het wel. Je hoofd wil sturen, controleren, ordenen. Maar je lichaam zegt en voelt de pijn van het verlies.
Daar ontstaat de blokkade.
Want je hoofd kan maar zoveel afremmen van wat gevoeld mag worden. En in een maatschappij waarin we steeds meer in ons hoofd zijn gaan leven, is er nauwelijks ruimte over voor voelen.
De wandeling van 44 kilometer
In 2025 liep ik na het overlijden van mijn vrouw in een halve dag van Andijk naar Callantsoog. Wat ben ik mijzelf tegengekomen die dag. Maar het was ook een verrijking.
Waarom ik het deed?
Om te voelen hoe mijn vrouw in al die jaren elke dag toch weer opstond en ervoor ging. Zij had een bepaalde innerlijke drang en kracht waar ik mij altijd over heb verwonderd.
En ja, ik denk dat ik het heb kunnen ondergaan. Kunnen voelen waar dat zit. Want in die 44 kilometer heb ik diepe dalen meegemaakt. Na 15 kilometer had ik al fysieke pijnpunten. Maar ik voelde ook een kracht, een stroming. En ik had het gekwetter in mijn hoofd.
Wat ik vooral leerde, was de verschillende manieren waarop je naar je lichaam kunt luisteren.
Heeft het me geholpen in mijn verwerking?
Ja en nee.
Was het om te verwerken?
Nee. Het was om te kunnen voelen wat zij heeft gevoeld. De uitputtingsslag die zij doormaakte.
Maar ik had niemand naast me lopen. Ik deed het alleen.
Ja, in mijn gedachten en gevoel was zij bij mij. Maar ik ben in al die jaren voor haar een steun geweest. En ja, ook die steun brak soms wel eens.
Maar dat is oké.
Slotstuk: het landschap van rouw
Als ik terugkijk op die wandeling, op die 44 kilometer, op dat jaar, op dat verlies, dan zie ik vooral dit: rouw is geen rechte lijn omdat het leven zelf geen rechte lijn is. We proberen het wel zo te maken. We proberen het te plannen, te timen, te controleren, te begrijpen. Maar rouw laat zich niet vangen in een schema.
Rouw trekt je soms vooruit, soms achteruit, soms stil.
Soms duwt het je in een dal waarvan je dacht dat je daar allang uit was.
Soms geeft het je een kracht waarvan je niet wist dat je die had.
En ergens daartussen — in dat schommelen, dat slingeren, dat vallen en weer opstaan — zit de menselijkheid. De echte menselijkheid. Niet de versie die we laten zien op verjaardagen of op LinkedIn. Maar de versie die ademt, die voelt, die soms breekt, die soms groeit.
Rouw maakt zichtbaar wat onzichtbaar was.
Het trekt lagen open.
Het laat je voelen waar je grenzen zitten, waar je kracht zit, waar je liefde zit.
Je hoeft rouw niet te verslaan.
Je hoeft het niet te begrijpen.
Je hoeft het alleen maar toe te laten.
Want rouw is geen rechte lijn.
Het is een landschap.
En soms loop je 44 kilometer door dat landschap heen, alleen, met pijn, met kracht, met herinneringen.
Maar elke stap, hoe zwaar ook, brengt je dichter bij jezelf.
En dat is misschien wel het enige wat rouw je nooit afneemt.
Auteur‑noot
Geschreven vanuit mijn eigen‑wijs‑heid.
Niet om te overtuigen, maar om te delen.
Niet om te verklaren, maar om zichtbaar te maken wat vaak onzichtbaar blijft.