Dat rouw geen rechte lijn is, dat weten we nu onderhand wel. Daar kun je meerdere boeken en gegooglde sites op nalezen of tegenwoordig met behulp van AI. We leven eigenlijk in een mooie tijd. Waar de één zielloos scrolt over social media op zoek naar vermaak, kan de ander zijn informatie putten uit talloze bronnen. Maar zoals altijd al gezegd werd bij de eerste Google-zoekopdrachten: blijf zelf nadenken.
Dat rouw geen rechte lijn is, dat ervaarde ik al. En dat de ene rouw niet hetzelfde is als de andere rouw ook. Maar dan komt de vraag: hoe rouw je? Hoe dóe je dat? Je kunt lezen, je kunt praten met iemand die het heeft meegemaakt, je kunt voorbeelden zoeken. Maar uiteindelijk sta je er zelf in.
Rouw wordt vaak een golfbeweging genoemd. Rouw heeft ups en downs. Rouw is rauw. Zo zijn er nog veel meer dingen te benoemen. Maar rouw is vooral een proces dat je mag doorlopen. Alleen laat dit proces zich niet duiden in het hoofd en is het dus ook niet te sturen. Het laat zich voelen. Rouw is niet af te steken met hazenpaadjes. Het is een pad dat je bewandelt met een grote omweg, met paden die zich tonen wanneer het nodig is.
Het is alsof je door hetzelfde bos loopt, elke dag, in alle jaargetijden, en telkens weer iets nieuws ontdekt. Zelf ben ik de laatste tien jaar veel gaan wandelen. Vaak had ik meerdere rondjes met de hond. Maar ik koos op basis van de dag, het weer en het seizoen een bepaald rondje. En ik kijk al sinds kind naar dieren vooral honden want daar ben ik mee opgegroeid en daar leer ik van. Dus liet ik me, hoe simpel het ook klinkt, elke keer weer verwonderen.
Nee, ik stond niet ruikend aan elk struikgewas, lantaarnpaal of de uitwerpselen van een andere hond. Maar als je kijkt naar het gedrag van een hond, kun je veel leren. Onze hond Sientje was bij mij altijd in voor een dollemansuurtje, ravotten en rottigheid. Maar ze was bij mij ook minder waaks dan bij mijn vrouw. Het was een soort teamwork: ik waakte over haar, zij waakte over mijn vrouw of ik er nu wel of niet bij was. En als ik er niet bij was, werd het nog sterker, zoals mijn vrouw dan zei. Ik was trots op mijn grote meid Sientje, want dat was ze.
Dat Sientje in ons leven kwam, was voor mij een langgekoesterde droom die uitkwam. Mijn ouders hadden vroeger een Duitse doggen kennel, dus we hadden er toen een stuk of acht rondlopen, plus soms nog een nestje erbij met acht tot tien van die kleine hummels.
Sientje overleed op 11 april 2023, op 6,5-jarige leeftijd. Veel te jong.
Goh, wat heb ik lopen janken over straat zonder haar. Ik bleef een week thuis, want ik kon het niet aan. En ik zag hoe er in ons gezin op gereageerd werd. Hoe sterk mijn vrouw ook was, hoe erg ze haar miste. Ze probeerde dat gemis op allerlei manieren in te vullen, uiteindelijk zelfs door te zoeken naar een nieuwe hond. Maar het was niet het gemis dat haar het meest raakte. Het was het verlies in het hart.
Het is eigenlijk geen leegte. Het is een kamertje in je hart waar de liefde zit. Een kamertje dat vanaf de eerste dag wordt gevuld en steeds weer wordt bijgevuld met dagen, maanden en jaren. En dan opeens is die verbinding er niet meer. Het kamertje is er nog, maar het lichtje brandt niet meer. Het groeit niet meer. Het wordt niet meer gevuld met minuten, uren en dagen. Wat er dan nog is, is de pijn van het verlies. Het trauma waar je doorheen gaat. De dagen van hoop en vrees die je niet hoopt mee te maken. De vragen: hadden we nog dit? Hadden we nog dat?
Maar de dood is onomkeerbaar. Dus die vragen doen er niet toe. Dat is de ratio die probeert te begrijpen wat je voelt, wat je doorvoelt, wat je mag doorvoelen. En gezien we in een samenleving leven die sinds de industriële revolutie grotendeels in het hoofd zit en moeilijk nog kan luisteren naar lichaam, hart, chakra’s en andere zintuigen (nee, niet de basiszintuigen) kun je aardig van het padje raken.
Dat de dood onomkeerbaar en onvermijdelijk is, daar heb ik vaak genoeg over gelezen. En ik ben dat ook wel gaan omarmen. Dat de dood niet eerlijk is… ja, dat kan zo voelen. Maar het is maar hoe je ernaar kijkt. Natuurlijk wil je als ouder dat je kinderen je overleven. Maar is dat ook zo? In het natuurlijke verloop wel. Maar de natuur heeft meerdere aftakkingen. Soms is een nakomeling niet sterk genoeg. Soms zijn de omstandigheden niet goed. Dan gaat het eerder dood. Het klinkt misschien hard, maar de natuur is soms hard.
We zien het bij een tsunami, bij overstromingen, bij uitbraken van ziektes in dichtbevolkte populaties.
De dood is er nu eenmaal en is onderdeel van het leven.
En ja, ik weet al jaren dat ik geen ster ben in het verzorgen van kamerplanten. Ze doen het, maar ze stralen niet zoals in de winkel of bij anderen thuis. Ik geef water, voeding, aandacht maar toch ontbreekt er iets. Liefde? Bewondering? Aanwezigheid? Omstandigheden? Aandacht?
Laten we daar in de volgende blog eens verder naar kijken.
En dan neem ik jullie mee in andere zaken rondom rouw. Want ja, naast rouw zijn er nog andere factoren waar je mee bezig mag en uiteindelijk moet. Want het leven draait ook door.