Ik loop inmiddels al wat jaren mee in het leven. En ik heb veel gezien, gevoeld en geobserveerd. Als oude romanticus begon ik ooit met brieven en kaarten schrijven aan vriendinnetjes om mijn liefde te uiten. Tegenwoordig zou dat misschien als “stalking” worden gezien, maar mijn intentie was altijd zuiver. Ik was nooit die macho jongen in de kroeg of op school. Ik was degene die voelde, schreef, keek, dacht.
Ik heb relaties gehad waarin liefde in het begin zeker aanwezig was. Maar ik heb ook gezien hoe patronen, regelkringen en oude wonden langzaam de boel kunnen verstoren. En dan heb ik het nog niet eens over de automatische piloot.
Want zodra de automatische piloot zijn intrede doet — en je bent je daar niet bewust van — begint je relatie uit te doven. De hartsverbinding verzwakt. De liefde dooft langzaam uit.
Veel te vaak zie ik hoe mensen naast elkaar leven. Niet met elkaar. Niet voor elkaar. Maar langs elkaar.
De hartsverbinding is dan vervangen door patronen, gewoontes en een soort functioneel samenleven.
En ja, soms “doe” je het nog wel eens met elkaar. Op afspraak. In de agenda.
Ik ben daar ook geweest.
Maar dat is geen liefde.
Dat is planning.
Liefde is spontaan.
Liefde is elkaar verrassen.
Liefde is haar het hof maken.
Liefde is hem laten voelen dat hij gezien wordt.
Maar wat er vaak gebeurt, is dat we elkaar niet meer de waarheid durven te vertellen.
We vermijden.
We accepteren.
We slikken in.
We reageren vanuit ons hoofd in plaats van vanuit ons hart.
Zolang onze patronen niet getriggerd worden, lijkt het rustig.
Maar onder die rust zit afstand.
Onder die afstand zit gemis.
Onder dat gemis zit het langzaam uitdoven van liefde.
Mensen leven dan wel naast elkaar, maar niet naast elkaar staan.
Je groeit uit elkaar.
En dan blijven alleen het huis, de kinderen en de verplichtingen over.
Maar diep vanbinnen knaagt er iets.
Je voelt dat je elkaar kwijt bent.
Je voelt dat je jezelf kwijt bent.
Ik heb tien jaar samengeleefd met mijn vrouw.
Ja, wij zijn ook naar een relatietherapeut gegaan in het begin.
Als samengesteld gezin moesten we passen en meten.
We leerden daar dingen over onszelf en over elkaar — over gedrag dat pijn deed, maar waar we niet over konden praten.
Dat waren onze triggers, onze patronen, onze rugzakjes.
Ik ben blij dat we dat hebben gedaan.
Want ik hield van haar.
En door dat werk heb ik al die jaren naast haar kunnen blijven staan.
Mijn liefde is nooit gedoofd.
Toen we na vier maanden samen geconfronteerd werden met haar uitgezaaide borstkanker, heb ik haar gezegd dat we dit pad wat voor ons ligt met elkaar zullen bewandelen. Zij aan zij. En dat ik er altijd zal zijn. En dat zijn was vanuit mijn liefde wat ik voelde voor haar.
En ja, er waren zware momenten.
Niet over onze relatie — maar over de uitdagingen die het leven ons gaf.
Ik ben geen relatietherapeut.
Maar ik kan je wel wijzen op gedrag en patronen die liefde langzaam doven.
En soms is dat precies wat nodig is: iemand die eerlijk zegt wat je zelf niet meer ziet.
Schroom niet om contact op te nemen.